Hoe meer
ik leer,
des te
minder
ik weet

Franco Soolsma

Intro

Dit essay dient als manifest voor mijn afstudeerproject 2026. Er wordt ingegaan op mijn persoonlijke ervaring in het (grafische) onderwijs en de motieven waardoor ik de verlangens heb die in deze tekst worden beschreven. Het belang van analoge grafische technieken en de community die dat omringt.

Een zes is ook voldoende

Wanneer je ‘speciaal onderwijs’ buitensluit, is vmbo-b het laagste leerniveau dat iemand kan volgen. De vmbo-basis beroepsopleidingen zijn bedoeld om de leerlingen voor te bereiden op het mbo [1][⩆]. Dit leeradvies kreeg ik vanuit de basisschool, een praktisch ingestelde opleiding met een grootschalig te kort aan docenten en een overschot aan ongemotiveerde leerlingen. Geen kans op groei, een vijandige omgeving, ‘over één kam geschoren’, net zoals ik; was iedereen hier vreemd. Desondanks ben ik tijdens deze opleiding voor het eerst in aanraking gekomen met grafische vormgeving.

Vervreemd door mijn leerniveau, bekritiseerd op mijn makerschap; een gegenereerd afweersysteem bij de gedachten aan ‘school’ [♫]. Hierdoor was het voorstel om na de opleiding DTP (mbo2) te gaan werken bij mijn destijdse stageadres, aantrekkelijk. Een aanbod waarvan mij op de basisschool altijd is wijsgemaakt dat iemand zoals ik daar genoegen mee moet nemen. Vanuit nieuwsgierigheid en meer uit het vakgebied willen halen, wijs ik dit voorstel af en vervolg ik mijn leerweg op de studie Media Vormgever; mbo4.

Mijn introductie aan Punk-Rock en Grunge was een portaal naar acceptatie en expressie. Het niet behoren werd een aantrekkelijke realiteit, ik accepteer niet alleen mijn vervreemding; ik wil dat het zo blijft. Bespot het systeem dat jou niet accepteert, trap tegen de schenen van alles waar je het niet mee eens bent, wees tegendraads, ongehoorzaam, uit in elk expressief medium. [˚○] Autodidactisch leer ik het spelen van gitaar, schrijven van muziek en zingen (schreeuwen); ik vorm een band en voel voor het eerst een schrijntje community om mij heen. [˚○] De film ‘Montage of Heck’, een beeldend archief van het werk van Kurt Cobain [⟥][⩆]; heeft mij geïnspireerd om zelf te archiveren. Het verzamelen van texturen, boeken, geluidsfragmenten, ‘prulletjes’, materiaal dat ik tot heden nog steeds aanvul en waar ik doorheen kan struinen wanneer ik maak. Een werkwijze die door de expositie van Karel Martens (Unbound) in het Stedelijk Museum (2025) gestimuleerd wordt. [⟥][⩆]

Als je mij een aantal jaar geleden had proberen wijs te maken dat ik zou afstuderen aan de kunstacademie dan had ik dat nooit gelooft. Hoe meer ik leer, des te minder ik weet.

Onvoorwaardelijke liefde

De kunstacademie is de broedplaats die in mijn voorgaande onderwijs en omgeving ontbrak. Een plek waar ontzettend veel verschillende makers en werkplaatsen zijn. Ruimte voor experiment, toeval, het uitbreiden van skills, verdieping in technieken, alles wat een jonge maker nodig heeft om zich uit te kunnen drukken; ontwikkelen door te ontdekken. De eerste twee jaar aan de academie merk ik pas echt wat ik al die tijd heb gemist, mijn kritiek op het onderwijs waar ik vandaan kom groeit. Waarom zou een praktisch ingestelde opleiding niet met analoge technieken werken? Is dat puur alleen zo omdat de norm van produceren nu digitaal is?

In John Carpenter’s ‘They Live’ zijn alle elitaire machthebbers, aliens; ze putten de aarde als een derdewereldland uit voor haar grondstoffen en onderdrukken de samenleving. De midden-en lage klassen worden door subliminale zendingen in hypnose gebracht (sleep), gemanipuleerd te consumeren en een materialistisch leven te verlangen. Hoewel de film voor veel verschillende thema’s symbool kan staan, is de ‘Obey’ scene voor mij persoonlijke het verschil tussen een vormgever en een ontwerper, een verschil dat mij lange tijd onopgemerkt is gebleven. [⟥][⩆]

Nieuwsgierigheid, in staat zijn om te provoceren en reageren zijn eigenschappen die niet aangeleerd worden op een onderwijsinstelling; maar enkel aangemoedigd kunnen worden, iets wat het mbo (en zeker het vmbo) niet doet. Een vormgever zou ik omschrijven als iemand die produceert, gericht op het eindresultaat en dit zo efficiënt mogelijk bereiken; geen werkproces, experiment of nieuwsgierigheid maar een checklist. [2] Een ‘slaaf’ aan een systeem dat niet meer functioneert, niet los kunnen breken uit een template dat bepaald is door een ander; ‘They live, we sleep’.

‘People who don’t work with their hands are parasites’
Jenny Holzer [⩆][⟥][⩆]

De beperkingen van een zelfverkozen eenling dringen tot mij door wanneer ik in 2025 in aanraking kom met de Grafische Werkplaats Amsterdam. Door altijd individueel maken, binnen educatieve instellingen horen dat je medestudenten concurrenten zijn; is het idee of verlangen van een community aan mij voorbijgegaan. Een inclusieve werkplaats die niet productiegericht is maar bestaat voor experiment, het koesteren van de analoge ambacht en het overdragen van kennis. Het is niet vanzelfsprekend dat zulke werkplaatsen bestaan, bij de GWA wordt het grafische analoge ambacht in leven gehouden en de technieken bewaakt; dit verijst een onvoorwaardelijke liefde om verdwijning tegen te gaan. [˚○]

In de zes maanden tijd dat ik stageloop bij de GWA word ik geïntroduceerd aan verschillende soorten makers en worden er wekelijks workshops gegeven voor en door de werkplaatsmedewerkers (docenten en vrijwilligers). De workshops zijn niet alleen exclusief voor de interne makers, maar worden ook gegeven en beschikbaar gesteld voor makers van buitenaf. Er komen wekelijks groepen leerlingen met scholen, bedrijven of individuele makers langs bij de werkplaats. Vanuit mijn persoonlijke leerdoel wil ik mij verdiepen in educatie en de workshops die gegeven worden binnen de werkplaats, ik bespreek mijn doel met het bestuur om het mbo dichter bij de analoge grafische technieken te betrekken; een gebrek van mijn eigen studieperiode.

Het schept mijn verbazing wanneer mijn voormalige opleiding Media Vormgever (mbo4) een workshop letterzetten volgt bij de GWA, zou er inmiddels al wat veranderd zijn? Wanneer ik op de open dag van het Media College mijn voormalige docenten opzoek raak ik met hen in gesprek en vraag nieuwsgierig over de analoge technieken. Ik kom erachter dat binnen de opleiding geen analoge technieken meer te beoefenen zijn en dat de interne werkplaats volledig digitaal is geworden. Hun bezoek aan de GWA was tijdens de introductieweek van de opleiding en dus bedoeld om je klasgenoten beter te leren kennen, niet het analoge ambacht. Wanneer ik dit bevraag en de verlossing die de werkplaatsen van de academie mij als maker hebben gebracht benadruk wordt mij verteld dat ‘dat het verschil is tussen mbo en hbo’.

Geïnspireerd door John Carpenter’s ‘They Live’ ontwerp ik een systeem met de analoge technieken binnen de GWA waaraan ik mbo’ers wil introduceren. Een triangulair ontwerp dat van verschillende perspectieven een ander beeld laat zien [⟥], tegenwoordig wordt datzelfde effect digitaal geprint doormiddel van de lenticulaire techniek waarvan ik bij puur toeval rond dezelfde tijd een voorbeeld vindt met zowel ‘They Live’ als inspiratiebron [⟥]. De posters zijn gemaakt doormiddel van hoogdruk, monoprint, gedrukt op de etspers en drukpers; ik ontwikkel een workshop met als doel om de GWA en het mbo dichter bij elkaar te brengen.

Verlossing

Nieuwe studenten wegwijs maken tijdens het eerste jaar ‘Graphic Design’ is iets wat de HKU naar mijn mening erg goed doet. De eerste lessen zijn zo ingericht dat je kennismaakt met verschillende analoge technieken en werkplaatsen binnen de academie; zoals de typografische werkplaats, riso-print en digital-print werkplaats. Er wordt rekening gehouden met het feit dat sommige studenten nog nooit een grafische of analoge techniek hebben aangeraakt, net zoals de eigenschappen van een workshop moet de les toegankelijk zijn voor iemand die nog ‘niets weet’ zonder dat de interesse en aandacht verwaterd bij de mensen die al een enige kennis hebben. Bij de vergelijking tussen de introductieweken van de kunstacademie en een workshop komt ook kijken dat net zoals de tijdelijkheid van een workshop, experiment gelimiteerd is aan deze lessen en aan het maken van een afspraak in de werkplaats. Wanneer een student buiten deze lessen om wil experimenteren met bepaalde technieken is er voor praktische redenen altijd toezicht nodig binnen de werkplaats. De werkplaatsen binnen de academie worden onvermijdelijk gebruikt voor realisatie, als productie gerichte werkplaatsen. De maatregel om reserveringen te maken zijn noodzakelijk in tijden van deadlines, beoordelingen en zoals een HKU’er dat kent; de ‘schouw’. Deze maatregel wordt ook besproken in het interview met Mathild Clerc in de publicatie ‘How Material Comes to Matter’. Zij gaat in op haar persoonlijke project waar zij in gesprek gaat met werkplaatsmedewerkers, hoe deze verschillende werkplaatsen zich manifesteren en verantwoorden binnen het bestaan van een kunstacademie. [3] De werkplaatsen krijgen volgens haar niet de aandacht die ze verdienen wat naar mijn eigen ervaring in tijden van de eerdergenoemde schouw te beamen is.

Binnen de werkplaatsen heerst een gecontroleerde vrijheid, een verwachting aan kennis, gelimiteerd aan tijdsloten en toezicht [4]. Mathild Clerc omschrijft hoe een werkplaats, workshop of experiment niet per se een materialistische uitkomst hoeft op te leveren; dat daar over een vergissing kan ontstaan, voornamelijk bij mensen die niet op het moment van de workshop zelf aanwezig zijn zoals het bestuur. [5] Zelf heb ik het experimenteren met analoge technieken volkomen weten te waarderen toen ik er 6 maanden lang de hele week in kon duiken, in plaats van gericht maken op de academie. Om een doel van een werkplaats of workshop te verantwoorden is iets waar in de praktijk ook onbegrip op rust wanneer er geen materialistisch of financiële uitkomst te behalen valt. Dit verteld Heerko van der Kooij (docent aan de HKU en collega van Anja Grote) mij tijdens mijn bezoek aan Hackers & Designers.

De limieten van de werkplaatsen die ik omschrijf bestaan uiteraard voor praktische redenen, verzekeringstechnisch en veiligheid. Reserveringen zorgen voor een eerlijk systeem onderling de studenten, en voor controle en overzicht voor de werknemers. Avondcursussen van specifieke technieken zijn bedoeld voor studenten die in deze techniek geïnteresseerd zijn zodat zij dit zelfstandig kunnen uitvoeren. Dat de werkplaatsen voor specifieke doelen of resultaten worden gebruikt in plaats van alleen puur experiment is onvermijdelijk.

Zoals eerder benoemd vind ik de introductie van de grafische technieken binnen de HKU erg gedetailleerd en een fijne manier om de werkplaatsen te leren kennen. Daarnaast wordt in het interview met Mathild Clerc problemen benoemd waar de HKU al heel goed op anticipeert [6]. Studenten van verschillende richtingen ontmoeten elkaar bij het volgen van seminars of een Media-Lab en worden blootgesteld aan nieuwe richtingen en technieken, avondcursussen zorgen ervoor dat je nieuwe technieken kan leren en deze zelfstandig kan toepassen binnen de werkplaatsen.

Common Ground

De werkplaatsen en werkwijzen van de kunstacademie wordt omschreven als creatieve broedplaats, geïsoleerd aan één specifieke groep; niet te realiseren buiten deze muren. [7] Desondanks zijn er genoeg alternatieve broedplaatsen buiten de academie, initiatieven zoals de GWA of bijvoorbeeld Kapitaal geven een individuele maker ruimte om de werkplaats te gebruiken voor zijn proces. Met nadruk op individueel, vanuit eigen ervaring weet ik dat binnen de GWA (en dus niet vanzelfsprekend binnen elke werkplaats) een community bestaat onderling de vrijwilligers en iedereen die een bijdragen levert aan de werkplaats. Maar de individuele maker die een basiscursus komt volgen en vervolgens met een strippenkaart de materialen van de werkplaats zelfstandig mag gebruiken, zal nooit tot deze community behoren maar is te gast. Ook heerst er een financieel gat tussen de werkplaatsen van de academie en de werkplaatsen die beschikbaar zijn in de wereld hierbuiten.

GWA [⩆]
Introductie workshop
€562,50
Strippenkaart, 10 strippen van 4 uur
€210,00
Strippenkaart, 5 strippen van 4 uur
€125,00
Losse strip, 4 uur
€50,00
Kapitaal [⩆]
Introductie workshop
€75
-studenten
€50
Strippenkaart, 20 strippen van 4 uur
€395
Losse strip, 8 uur
€55
-studenten
€30
Losse strip, 4 uur
€30
-studenten
€17,50

De prijzen maar ook het aanbod zijn aanzienlijk verschillend tussen deze werkplaatsen, bij Kapitaal zijn een stuk minder soorten technieken te beoefenen dan de GWA maar zijn daarom ook veel voordeliger wanneer je zowel ambachtelijke als moderne grafische technieken wil gebruiken. De GWA houdt het grafische ambacht in leven, machines en technieken die anders als stilleven in musea zouden belanden; maar door de prijzenklasse en de gelimiteerde samenwerking met onderwijsinstellingen wordt een werkplaats zoals dit ook een geïsoleerde broedplaats voor een specifieke groep, net zoals de academie.

Het bevragen van een bepaald systeem voelt snel als het leveren van commentaar, voeren van een protest; trappen tegen schenen. [⟥] Dit manifest is daar juist niet voor bedoeld maar voor een reis naar verrijking binnen een bestaand systeem, niet een vervanging.

Een ‘common ground’ creëren in een concurrentie dominerend werkveld, een fysieke ‘opensource’ waar mensen makers kunnen zijn, ontmoeten, kennis van elkaar kunnen absorberen. Een plek waar het verschil tussen leerniveau, sociale status, professionele functie niet uit maakt; een inclusieve werkplaats, niet geïsoleerd.

Bij de ‘natuurlijke selectie’ van de toelatingen aan de kunstacademie, spelen de eigenschappen die ik eerder omschrijf als niet ‘aan te leren’ maar alleen ‘aan te moedigen’ een grote rol. Als ik enkel was uitgegaan van dat wat het mbo mij heeft geleerd dan was ik (ben ik van overtuigd) niet aangenomen op de kunstacademie. Dit is één van de hoofdoorzaken waarom ik een inclusieve werkplaats wil realiseren, waar je voor – tijdens en na de academie welkom bent. De ‘kunstacademie mentaliteit’ die Mischa Appel omschrijft in het interview met Eva van der Hoek, wordt niet aangestuurd of gemotiveerd op een mbo. Een plek waar deze mentaliteit te ontdekken is lijkt mij enorm waardevol voor de jonge makers die daar niet aan worden blootgesteld vanuit hen persoonlijke of educatieve omgeving. Deze ontbrekende werkplaats is ook in het belang van de alumni die na minimaal vier jaar hebben doorgebracht op de academie ‘ineens’ niet meer welkom zijn binnen de werkplaatsen, de geïsoleerde broedplaats die dan ook hen buitensluit. Het verlangen naar een alternatieve werkplaats en naar mijn mening het probleem dat ontstaat na het verlaten van de academie, leg ik voor tijdens de afronding van presearch 2 (de afronding van het tweede semester in mijn afstudeerjaar) en merk aan de reacties/feedback van mijn medestudenten dat ik daar niet alleen in sta.


‘Een platform/plek hebben voor alumni lijkt mij erg waardevol, vooral nu er geen gebruik meer mag worden gemaakt van de werkplaatsen op school na afstuderen, en de kosten van een 'normale' werkplaats, is er denk ik wel een gat waar je als alumni in terecht kan komen.’

‘Jaaaaa laat het luid en duidelijk weten dat HKU ons niet meer de werkplaatsen gunt!!!’

‘Ik denk vaak hoe het gaat zijn na het afstuderen, al helemaal omdat de werkplaatsen voor ons niet meer beschikbaar zullen zijn.’

‘Het samen komen en aan elkaar dingen leren of inzien lijkt mij een mooie toevoeging.’

Het eerste semester van mijn afstudeerjaar stond grotendeels in teken van diverse workshops, tijdens de workshop van Lyanne Tonk hebben mijn medestudenten en ik voor elkaar workshops ontwikkeld en gegeven. Dit was enorm waardevol voor mij, nooit eerder stond ik stil bij het kennis overdragen en absorberen met je gelijken; mensen die dezelfde studie volgen, geen hiërarchie. Wat als deze mentaliteit, deze houding en motivatie oneindig zouden zijn? Een werkplaats met de eigenschappen van een workshop, de workshop die nooit stopt. Bestaand voor en door jonge makers; een plek waar kennis blijft circuleren tussen dezelfde doelgroep maar op een bredere horizon. Heerko van der Kooij nodigt mij uit bij Hackers & Designers om dieper inzicht te krijgen in hun workshops, het initiatief wat mij enorm heeft geïnspireerd is H&D ‘Designers Summer Camp’ [⩆] waar wordt gevraagd aan elke participant zelf een workshop te ontwikkelen en te geven. Hierdoor is de bijdrage van alle deelnemers gestegen vergeleken met voorgaande workshops en ontstond een collectieve houding, een eigenschap die ik graag terug zou zien in de werkplaats voor en door jonge makers.

Realistisch gezien komt er veel meer kijken bij het realiseren en faciliteren van een werkplaats, er is een praktische reden waarom de alumni geen toegang meer hebben tot die van de academie. Uiteraard hoort de student die collegegeld betaald en studeert aan de academie voorrang te krijgen op deze faciliteiten, een student die verzekerd is vanuit de academie; iets dat de alumni niet meer zijn. Onderhoud, faciliteren, financieren, organiseren en structuren is iets waar ik de GWA in de zes maanden dat ik daar stage heb gelopen iedere week op heb zien anticiperen. In een tijd van verandering binnen het bestuur is de vraag gekomen ‘wie doet wat’ en in hoeverre zetten de vrijwilligers zich in, wat mag je van een vrijwilliger verwachten en hoe financieren we de werkplaats? Als ik de repetitieruimtes waar mijn band gebruik van maakt analyseer komt dat in principe op hetzelfde neer als het afhuren van de faciliteiten binnen een werkplaats. Je reserveert een tijdslot en betaald om een medium in te kunnen zetten, wat je met die tijd doet is individueel aan de maker. Maar het verschil van een band is dat je deze kosten kan verdelen onderling, elk bandlid heeft een gelijke bijdrage zowel muzikaal als financieel. De oneindige werkplaats zou hetzelfde kunnen functioneren als de alternatief genoemde werkplaatsen, maar dan in plaats van individuele makers een plek waar ‘bands’ (kleinschalige collectieven) kunnen samen komen en een evenwijdige bijdragen kunnen leveren om deze werkplaats te faciliteren. Waar elke participant wordt gevraagd een toevoeging te doen tot het overdragen van kennis zoals de workshops van Hackers & Designers.

Conclusie

Vervreemding heeft het pad van mijn makerschap bepaald, geleid naar de kunstacademie waar ik het belang van een collectieve werkplek realiseer. Steeds dichterbij afstuderen verlang ik naar een alternatieve werkplaats die voor – tijdens en na de academie beschikbaar is; bestaand voor en door jonge makers. Het verlaten van de kunstacademie resulteert in het gebrek dat ik hiervoor ook heb ervaren, het gebrek aan een collectieve werkplaats. De plek waarvan ik altijd heb gedroomd, waar naar ik heb doen verlangen; zal mij uiteindelijk weer gaan vervreemden.

Toelichting

Alle tekst is geschreven door Franco Soolsma, het ontwerp van het essay is geïnspireerd door de ontwerpsystemen die Heerko van der Kooij maakt voor de digitale publicaties van Hackers & Designers. De ontwerpkeuzes zijn gemaakt door Franco Soolsma, de functionaliteiten en structuur van de html/css code is gegenereerd door Google Gemini code-assistant in Microsoft Visual Studio Code.